Rasgroep Dashonden Deze rasgroep bestaat uit negen verschillende rassen die een sterke onderlinge verwantschap hebben. Het betreft drie grootte-variëteiten met elk drie haarvariëteiten.
De populaire benaming van de Dashond is Teckel, welke benaming vooral in Duitsland, het land van oorsprong, gebezigd wordt. De naam Dashond is afkomstig van het oorspronkelijk gebruik van de hond, namelijk het jagen op de das. De Dashond is geschikt voor de jacht boven en onder de grond. Hij heeft een goede speurneus, een groot uithoudingsvermogen en jaagt luid. Oorspronkelijk is hij gefokt voor de jacht onder de grond op met name de das en de vos. Door zijn kleine gestalte was het mogelijk om in de ondergrondse holen en gangen te kruipen en zo het wild naar buiten te jagen. De dwergdashond is speciaal gefokt voor de jacht op bunzings en wezels en de kaninchendashond, zoals de naam al zegt, voor de jacht op het konijn. De fokkerij heeft zich aldus gespecialiseerd naar de omvang van de holen. Jagen onder de grond kent echter ook grote problemen. Menig Dashond is in het verleden blijven steken in een van de ondergrondse gangen en een langzame hongerdood gestorven, omdat zijn baas hem niet meer kon vinden. Zelfs in onze tegenwoordige tijd hoort men nog wel dat een Dashond, losgelaten in het bos, niet meer vindbaar is of er moet met man en macht een berg aarde verplaatst worden om een Dashond te bevrijden. De rasstandaard van de Dashond kent een onderscheid naar éénkleurige honden, tweekleurige en gevlekte honden. De éénkleurige honden zijn rood, roodgeel en geel, met of zonder zwarte haartjes er tussen, de zogenaamde 'Stichelung'; rood gaat boven roodgeel en geel. De tweekleurige hond is diep zwart of bruin of grijs of wit met roestbruine of gele aftekening (brand) boven de ogen, aan weerskanten van de mond, aan de onderlip, aan de binnenrand van het oor, aan de voorborst, de binnen- en achterkanten van de benen, aan de voeten, om de aars en van daaraf tot een/derde of de helft van de onderkant van de staart. De gevlekte kleur wordt onderverdeeld in getijgerd en gestroomd. De haarkleur van de Tijgerteckels is een lichte, bruinachtige, grijze tot zelfs witte grond met donkere, onregelmatige vlekken (grote platen zijn niet gewenst) van donkergrijze, bruine, roodgele of zwarte kleur. Gewenst is dat noch de lichte noch de donkere kleur overheerst. De kleur van de gestroomde honden is rood of geel met een donkere stroming. De vacht van de korthaar moet kort, dicht, glad en aanliggend zijn. De ruwhaar heeft een draadachtige, harde, glad aanliggende bovenvacht met een wolachtige ondervacht; de ruwhaar heeft een baard en wenkbrauwen. De vacht van de langhaarvariëteit is zacht, glad, glanzend; langer onder de hals, buik, aan de oren, achterkant van de benen en vooral aan de staart. Verschillen tussen de standaard dashond, de dwergdashond en de kaninchendashond zijn er in uiterlijk niet. Het verschil komt slechts tot uiting in de borstomvang. De standaarddashond heeft een borstomvang van minimaal 35 cm; de dwergdashond heeft een borstomvang van tussen de 30 en 35 cm en de kaninchen is maximaal 30 cm. Meetmoment ligt op minimaal één jaar en gemeten wordt vlak achter de ellebogen. Dashonden zijn vriendelijke en vrolijke, actieve huishonden, waarbij trouw gemengd wordt met een goede dosis koppigheid. Het zijn uitstekende waakhonden, die met hun luide blaf menig inbreker op de vlucht heeft doen slaan.
|
|
|
|
|
||
| disclaimer | Privacy Policy | ©2006-2010 DeRashond.nl (Deze website is het beste te bekijken met een beeldschermresolutie van 1024 x 768) | ||