Javascript DHTML Drop Down Menu Powered by dhtml-menu-builder.com  

 

terug

 

Rasgroep Gezelschapshonden

De rasgroep Gezelschapshonden van de F.C.I. kent een grote variatie aan rassen. Dit komt mede tot uiting in de wijze waarop de F.C.I. de sektie-indeling heeft gemaakt. Maar liefst 11 sekties kent deze rasgroep. Dit hoge aantal geeft aan, dat veel soorten, niet onderling gerelateerd, hun onderkomen vinden in deze rasgroep. Wat deze rassen gemeen hebben is het feit dat zij geen aanleg hebben voor een bepaald soort werk, maar gefokt zijn om te dienen als gezelschap. Dat daarin evenzoveel variatie kan voorkomen als onder de werkhondenrassen zal niemand verbazen.
In deze rasgroepbeschrijving zullen we de verschillende sekties met hun rassen en een korte algemene beschrijving geven. Voor rasspecifieke beschrijvingen verwijzen wij u naar de verschillende rasportretten op deze website

In sektie 1 zijn de Bichons en aanverwante rassen ondergebracht. Hiertoe behoren de Maltezer, Havanezer, Bichon Frisé, Bolognezer, Coton de Tuléar en het Leeuwhondje. Een groot deel van deze rassen heeft een onderlinge verwantschap met kleine witte hondjes die reeds voor onze jaartelling in het gebied rond de Middellandse Zee voorkwamen. Zeelieden hebben deze hondjes over de wereld verspreid, waardoor ze zich ontwikkeld hebben tot aparte rassen.

De Poedels vormen de volgende ondergroep. Binnen de Poedelgroep kennen we vier grootte-variëteiten: de Grote of Standaard Poedel, de Middenslag Poedel, de Dwergpoedel en de Toypoedel. Allen hebben eenzelfde kleurindeling, waarbij elke kleurgroep in aanmerking komt voor het CACIB. Afwijkend hiervan is de Toypoedel: deze kent geen kleurgroepen en alleen de zwarte variëteit komt in aanmerking voor een CACIB.
De Grote Poedel is van oorsprong een jachthond en heeft vele jaren deel uitgemaakt van de rasgroep Retrievers, Spaniels en Waterhonden. Evenwel komt dit gebruik sedert jaren niet meer voor en heeft de F.C.I. besloten om alle Poedels bij elkaar te brengen in één sektie binnen de rasgroep Gezelschapsdieren.
Poedels worden op twee manieren getrimd, die ook beide als zodanig zijn geaccepteerd. Het zogenaamde leeuwentoilet, waarbij hoofdzakelijk opvalt dat de achterhand van de hond zeer kort getrimd is. Beharing vindt men rondom de ribben, rondom de gewrichten en aan het puntje van de staart. Het leeuwentoilet wordt ook wel het klassieke toilet genoemd. Daartegenover staat het moderne toilet. Bij deze vorm van trimmen heeft de hond over zijn gehele lichaam meer of minder haar. Laatstgenoemd toilet zien we steeds meer op de hedendaagse tentoonstellingen.

Sektie 3 bevat de Kleine Belgische Hondenrassen als Griffon Belge en Griffon Bruxellois en Petit Brabançon. In één nest worden honden gezien die tot deze verschillende rassen behoren, hetgeen aangeeft dat de rassen onderling nauw verwant zijn. Het is derhalve begrijpelijk, dat er vaak stemmen opgaan om de rassen samen te brengen tot één ras met verschillende variëteiten.

De Chinese Naakthond heeft in de F.C.I.-indeling zijn eigen sektie gekregen. Dit ras komt voor in een haarloze variëteit, die alleen een plukje haar bezit op het voorhoofd, aan de voeten en op de staart. Daarnaast bestaat de zogenaamde Powder Puff. Deze honden zijn qua uiterlijk te vergelijken met mini-Afghaanse Windhonden. Zij komen minder voor, aangezien de langhaarfactor recessief is binnen deze populatie. Beide variëteiten worden door elkaar gekeurd en dat geeft nogal eens verwarring en hilariteit in de tentoonstellingsring.

De Lhasa Apso, Shih Tzu, Tibetaanse Spaniel en Tibetaanse Terrier zijn ondergebracht in sektie 5, de Tibetaanse rassen. Deze rassen zijn afkomstig uit het grensgebied tussen China en Tibet. De Boeddhistische kloosters hebben een belangrijke rol gespeeld in de ontwikkeling van de rassen. De Tibetaanse Terrier is, samen met de Boston Terrier, een Terrier die nog in deze rasgroep is achtergebleven en dat is gezien zijn eigenschappen ook terecht; zij zijn meer gezelschapshond dan terrier.

Sektie 6 bevat de Chihuahua. Dit ras komt voor in een korthaar en een langhaarversie. Het staat bekend als het kleinste ras ter wereld en is afkomstig uit Mexico.

De Engelse Gezelschapsspaniels zoals de officiële benaming van deze sektie is, bestaan uit de Cavalier King Charles Spaniel en de King Charles Spaniel. Beide rassen komen voor in de kleuren Black and Tan, Ruby, Blenheim en Tricolor. Het schijnt dat deze rassen zijn voortgekomen uit de jachtspaniels. De voor de jacht ongeschikte honden, die vaak als te klein werden ervaren, werden als gezelschapshondjes verder gefokt en werden de lievelingen van de adel. Deze rassen komen we dan ook veelvuldig tegen op schilderijen en portretten.

In sektie 8 zijn de Japanse Spaniel en de Pekingees ondergebracht. De Pekingees is een ras dat een geheimzinnige historie kent. Het ras werd gehouden en gefokt aan het Chinese Hof en kwam niet buiten de muren van het paleis. Slechts enkele Pekingezen werden geschonken aan het Japanse Hof, alwaar zich een gelijkluidend verhaal voordeed. Ook hier werden de honden volledig buitengesloten en ontstond een eigen ras, de Japanse Spaniel. Halverwege de negentiende eeuw lukte het militairen om van beide rassen exemplaren naar Engeland te smokkelen.

Tegenhanger van sektie 7 zijn, op het continent de Dwergspaniels in sektie 9. De Epagneul Nain Papillon en de Epagneul Nain Phalène hebben slechts één onderscheid en dat is de oordracht. De Papillon heeft staande oren en de Phalène heeft hangoren. Ook voor deze rassen geldt dat ze beide in één nest kunnen voorkomen.

De Kromfohrländer is een van oorsprong Duits ras dat in sektie 10 wordt genoemd. Het ras heeft niet het uiterlijk van een gezelschapshond, maar lijkt eerder op een ruwharige Terriervariant. We zien dit ras zelden of nooit in Nederland.

De laatste sektie, nummer 11, bevat de Kleine Dogachtige Honden als de Franse Bulldog, de Mopshond en de Boston Terrier. Deze rassen zijn waarschijnlijk dwergvormen van oorspronkelijk dogachtige rassen en als zodanig bestempeld als gezelschapshonden.

In Nederland hebben we in 1999 een ras nationaal erkend, dat bij een internationale erkenning ook in deze rasgroep zou worden opgenomen, het Markiesje. Dit oud-Hollandse ras heeft een heel eigen geschiedenis en wordt heden ten dage op zorgvuldige wijze nog steeds 'teruggefokt'. Gezien de homogeniteit die zich de laatste jaren binnen het ras heeft afgetekend, heeft de Raad van Beheer besloten het ras in 1999 een nationale erkenning te verlenen en een stamboekregistratie te gaan voeren.

 

 

 
 

 
Free counter and web stats  
disclaimer | Privacy Policy | ©2006-2010 DeRashond.nl (Deze website is het beste te bekijken met een beeldschermresolutie van 1024 x 768)