terug
Rasgroep Herdershonden en Veedrijvers
Het woord Herder geeft reeds aan dat een Herdershond iets te maken moet hebben met “herderen”. Oorspronkelijke betekent dit woord verzorgen. Een Herder verzorgtdus iets en wil de leiding op zich nemen om “iets” in positieve zin voor een ander te willen doen.
Dit is dan ook de wortel waarmee het gedrag, de werklust, de trouw aan de baas, de onvermoeibaarheid, de getoonde affectie enz. enz. van de recht geaarde Herdershond te verklaren is.
Oorspronkelijk was de Herdershond bedoeld voor het 'herderen' van de kudde schapen of de groep koeien. Later werd dit ook 'herderen' over de bezittingen van de baas en nu geldt het zelfs voor de pakwerker bij de africhtingssport.
Hetgeen alle Herdershonden gemeen hebben is het karakter dat hoort bij een hond die voor dergelijk werk geschikt is. Ook lichamelijk moeten ze sterk zijn, een groot uithoudingsvermogen hebben en ze moeten kunnen lopen als de besten, want anders kan het werk nooit worden volgehouden.
Ondanks het feit dat de betekenis als werkhond bij de kudde sterk is afgenomen, proberen de liefhebbers aan de oorspronkelijke eigenschappen van de Herdershond vast te houden. Dit geldt zowel voor de psychische als de lichamelijke kenmerken van de hond. Dat laatste is verheven tot gewenste (schoonheids) eisen en in de rasstandaard vastgelegd. Dat daarbij soms de oorspronkelijke eigenschappen worden overdreven of dat men er te veel de nadruk op heeft gelegd, is niet wenselijk maar tegelijkertijd niet altijd te voorkomen. Te denken valt aan overhoeking van voor- en achterhand bij de Duitse Herdershond en de overwaardering van het hoofdtype bij de Belgische Herdershond, wat soms ten koste gaat van de functionele constructie van de hond. Ongewenste gevolgen van een 'eenzijdige' selectie zijn dan: Duitse Herdershonden met “zeilen van oren" en Belgische Herdershonden met een slecht gangwerk.
In ieder land zijn zo de specifieke eigenschappen in de grijze oudheid ontstaan en vooral op het platteland, dus daar waar de Herdershond leeft, zo lang mogelijk bewaard gebleven. Lopen door de heidevelden (Schapendoes), door de weilanden (Schotse herdershond) of in de bergen (Berghond van de Maremmen) vraagt steeds verschillende lichamelijke vaardigheden en aanpassingen van de Herdershond.
Klimatologische verschillen stellen eisen aan de vachtstruktuur van de Herdershond om toch optimaal te kunnen functioneren. De meest geschikte exemplaren, die honden die optimaal konden werken in die bijzondere omstandigheden, bleven over en kregen de kans zich voort te planten. De rest werd afgemaakt of stierf vanzelf uit.
Vóór de mechanisatie in de landbouw en veeteelt was er voor de Herdershonden veel werk te doen. Het zal duidelijk zijn dat het hoeden van een kudde schapen andere herderseigenschappen van de hond verlangt dan het drijven van een groep koeien. (Vergelijk bijv. een Hollandse Herdershond met een Welsh Corgi)
Trouwens er zijn grote verschillen tussen het werken van Herdershonden bij de kudde, namelijk het:
- opbrengen (fetching): de hond werkt tegenover de herder;
- drijven (driving): de hond werkt tussen de herder en de schapen; en
- hoeden (tending): de hond moet de schapen bijeen houden.
Het zou in dit verband te ver gaan alle vormen van “herderen” te bespreken.
Soms werken Herdershonden samen. Het Pyreneese Herdertje bijvoorbeeld verzorgt het hoeden van de kudde en de Pyreneese Berghond zorgt alleen voor de bewaking en verdediging van de kudde tegen beren, wolven en dieven. Daarom is de één zo klein en de ander zo groot. De Komondor en de Puli, speciaal in vachtstuktuur aangepast aan de woeste en wilde poesta vormen eveneens zo`n duo. Andere rassen verenigen de hoed- en verdedigingsfunctie in één.
Doordat helaas het oorspronkelijke werk voor de Herdershond verdwenen is, of in ieder geval zeer sterk is verminderd door moderne technische middelen, zijn Herdershonden veelal werkloos geworden. Door toedoen van de mens moet de hond zijn aangeboren karakter, zijn werkdrift proberen om te buigen. Als dat lukt, is er geen vuiltje aan de lucht. Als dat niet lukt is er een probleem!
Het is bijzonder hoe goed Herdershonden zich weten aan te passen. Zonder verlies van alle vroegere karaktereigenschappen doen ze dienst:
- als gezinshond (tijdens de wandeling met het hele gezin komt het hoeden weer boven!);
- als rampen- en reddingshond (zoeken van het verloren schaap);
- in de africhtingsport wordt gebruik gemaakt van de oorspronkelijke herdershondeneigenschappen.
- en het schaaphoeden als wedstrijdsport is natuurlijk al wel heel duidelijk.
In de erering op de tentoonstellingen ziet men de grote verscheidenheid van deze rasgroep.
Ze zijn aangepast aan de taken waarvoor ze oorspronkelijk gebruikt werden.
Hun karakter is gesmeed voor het speciale werk, hun lichaam is aangepast aan de speciale, vooral landschappelijke en klimatologische omstandigheden waarin ze hun werk moesten doen.
Wanneer iemand overweegt een Herdershond aan te schaffen dan is de sleutel tot sukses voor baas en hond: "Oefening baart kunst".
Dat geldt zowel voor zijn geest als voor zijn lichaam. Werken met de hond is van wezenlijk belang, het geeft niet wat maar doe iets met hem. Als de hond daarnaast voldoende beweging wordt gegeven, zal men nooit spijt krijgen van de aanschaf van een Herdershond. Alle tijd en energie die de bezitter in zijn hond steekt, krijgt hij ruimschoots terug.