terug
Rasgroep Keeshonden en Oertypen
Zoals de groepsbenaming al zegt, bestaat deze rasgroep eigenlijk uit twee groepen honden, die elk wederom hun eigen subgroepen hebben. Daarbij kan gesteld worden dat de Oertypen geen groep vormen, aangezien dit rassen zijn, die terug te voeren zijn op die rassen waaruit de hedendaagse veelzijdigheid is ontstaan en tegelijkertijd niet onder te brengen zijn bij andere rasgroepen.
De Keeshondengroep kent een onderscheid naar de zogenaamde Poolhonden en de Keesachtigen. De Poolhonden komen in alle landen voor die dicht bij de Noordkaap liggen, in hoofdzaak: Noorwegen, Zweden, Finland, Rusland, Siberië, Alaska, Canada, Groenland en IJsland. Elk van deze landen kent zijn eigen ras hetgeen vaak uit de naam van de hond te herleiden valt. Denk maar aan de Noorse Elandhond en de Siberische Husky om maar niet te spreken over de IJslandse Hond. De verschillende rassen hebben zich door de geografische beperkingen en de klimatologische omstandigheden vrij geïsoleerd kunnen ontwikkelen en hebben daardoor allen hun specifieke kenmerken en eigenschappen.
Het gebruik van deze honden is in twee gebruiksdoelen onder te verdelen, namelijk de sledehonden en de jachthonden; er komen evenwel ook combinaties voor. Sledehonden, zoals de Siberische Husky of de Alaskan Malamute, worden al sinds mensenheugenis ingezet als vervoermiddel in de dikke sneeuw van deze noordelijke landen. In groepen van 8, 10 tot 14 honden worden zij voor de slede gespannen en zorgen ervoor dat door hun uitzonderlijke trekkracht en uithoudingsvermogen grote afstanden konden worden afgelegd. Tijdens de nachtelijke rustpauzes dienden zij tevens als waakhond tegen de aanvallen van wolven en beren.
Andere rassen, zoals de Elandhond en de Karelische Berenhond werden gebruikt voor de jacht op rendieren en ander groot wild, terwijl bijvoorbeeld de Finse Spits gebruikt werd voor de jacht op vogels.
De Poolhonden worden gekenmerkt door een zeer dichte bovenvacht en een wollige ondervacht, waardoor ze hun werk kunnen verrichten onder de meest ongunstige omstandigheden en bij temperaturen tot minus 50°C. Zij zijn volledig aangepast aan de barre omstandigheden, hetgeen tot uiting komt in de dichte beharing van de oren ter voorkoming van het inwaaien van sneeuw, diepliggende ogen met lange oogwimpers ter bescherming tegen het felle licht en ter voorkoming van sneeuwblindheid, terwijl een sterk ontwikkelde lichaamsbouw een vanzelfsprekendheid is.
Het karakter van deze honden is gebaseerd op solidariteit met een baas en hun soort- of groepsgenoten. Zij hebben een makkelijk en zacht karakter, maar zullen ook in de winter sterk naar activiteiten buiten verlangen.
De Keeshonden zijn voornamelijk gefokt als gezelschapshonden met een ongekende trouw aan zijn baas. Het waren de honden van het volk en de Keeshond als schippershond is overbekend.
Jarenlang heeft de Nederlandse kynologie een strijd geleverd over het oorsprongsland van de Keeshond. Duitsland claimde dit recht namelijk ook op. Er is zelfs een tijd geweest, dat een scheiding is aangebracht tussen de Hollandse Keeshond en de Duitse Keeshond. Na enkele jaren bleek dit echter geen haalbare kaart. In nesten van beide rassen kwamen pups voor met kenmerken van het andere ras en uiteindelijk heeft Duitsland het pleit gewonnen en is door de F.C.I. Duitsland als oorsprongsland van de verschillende Keeshondenrassen aangewezen.
De Keeshond is een typische waakhond, die als men hem dit niet afleert, bij elk geluid zijn blaf laat horen. Hij is zeer wantrouwend tegenover vreemden, maar zijn uiterlijke schoonheid geven hem een grote schare van bewonderaars.
De Keeshond komt voor in verschillende hoogte-maten en kleuren, waarbij de kleine oranje Dwergkeeshond vaak de show steelt.
De Oertypen binnen deze rasgroep kennen een grote variatie. Grotendeels omvat dit de Basenji, de zogenaamde Halfwindhonden, de Naakthonden, de Thai Ridgeback en de Västgötaspets.
De Basenji wordt gezien als de hond die in Afrika van oudsher werd gefokt en in zijn oorspronkelijke vorm bewaard is gebleven. De Halfwindhonden zijn, zoals ook in de rasgroepbeschrijving van de Lopende Honden blijkt, ook Halfbrakken. Hun uiterlijk is terug te vinden op muurschilderingen van het begin van onze jaartelling. De Egyptische Pharaohond is hiervan wel het duidelijkste voorbeeld. In tegenstelling tot de 'echte' windhonden jagen deze Halfwindhonden met hun neus. Zij hebben voornamelijk de Zuid-Europese landen als oorsprongsland. Vervolgens vinden wij in deze groep ook de Naakthonden, en wel de Peruaanse en de Mexicaanse Naakthond, terwijl de Chinese Naakthond is ondergebracht bij de rasgroep Gezelschapshonden. De Naakthonden worden gekenmerkt door, de naam zegt het al, het ontbreken van een vacht. Hoewel menigeen zal denken, dat deze honden vervolgens te betreuren zijn omdat zij het altijd koud zullen hebben, is het zo dat deze honden een verhoogde lichaamstemperatuur hebben. Er zijn vele theorieën over de oorsprong van deze rassen. Het meest aannemelijk lijkt echter het feit, dat een mutatie heeft plaatsgevonden en hiermee is verdergefokt. De honden kennen een ruime godsdienstige cultuurgeschiedenis.
In tegenstelling tot de Naakthonden, die tot de zeer oude rassen behoren, is de Thai Ridgeback een ras dat vrij recent bekend is geworden. De Thai Ridgeback kwam tot voor kort slechts voor in Thailand en wordt gekenmerkt door eenzelfde pronk (een streep haren die tegengesteld zijn ingeplant) op zijn rug als bij de Rhodesian Ridgeback. Dit ras is waarschijnlijk in deze rasgroep ondergebracht door zijn uiterlijke verschijningsvorm, met name door zijn oordracht. Tenslotte de Vastgötaspets. Dit is een zeer oud Zweeds ras, dat qua uiterlijk vergelijkbaar is met de Welsh Corgi's.
Een beschrijving van een uitzonderlijke groep, die gekenmerkt wordt door dualiteit en met een schat aan historische informatie in het uiterlijk van de rassen.