Javascript DHTML Drop Down Menu Powered by dhtml-menu-builder.com  

 

terug

 

Rasgroep Lopende Honden en Zweethonden

In de titel van deze rasgroep wordt een onderscheid gemaakt tussen Lopende Honden en Zweethonden. Lopende Honden worden ook wel Brakken genoemd, vanwege hun vreemde benaming; alle honden lopen immers. Ook in de Duitse en Franse benaming van deze rasgroep, resp. de Lauf- en Schweißhunde en de Chien Courants, kent dit fenomeen, terwijl de Engelse benaming Scent Hounds eigenlijk een veel betere omschrijving is. Lopende Honden jagen met de neus op de grond om het spoor te zoeken en daarna te volgen. Daarbij laten zij de jager al blaffend weten, dat zij het spoor gevonden hebben. Aangezien zij tijdens het volgen van het spoor steeds blaffen, geven zij daarmee aan de jager aan waar ze zich bevinden in het terrein.  

De Brakken kenmerken zich door een sterk ontwikkelde speurzin en door hun grote verscheidenheid in blaf. De eisen die jachtproeven aan deze honden stellen kunnen oplopen tot het volgen van sporen die één of twee etmalen oud zijn. Praktisch niemand weet dat er binnen deze grote Brakkengroep een indeling is gemaakt op subgroepen die ieder hun eigen klank hebben. Een meute wordt samengesteld op basis van de verschillende klanken die de stemmen van de honden vertonen. Eigenlijk is de beste vergelijking die met een menselijk koor. Op dezelfde wijze wordt een meute honden uitgezocht om mee te jagen.

De bekenste brak is natuurlijk de Bloedhond. Hij staat bekend als de beste speurhond ter wereld, die ook na vijf dagen nog een spoor over asfalt kan volgen. De bloedhond is de stamvader van de brakken, zo vertelt de overlevering.

In de jacht met lopende honden zijn vier soorten te onderscheiden: de parforce-jacht: de klassieke wijze van jagen met de meute; clean boot: het volgen van een menselijk spoor; luid-op-spoor: een kleine meute van honden drijft het wild uit zijn beschutting in de richting van de jagers; en zweetwerk: het zoeken van aangeschoten wild, dat een bloedspoor achterlaat.
Daarnaast is er een onderscheid te maken naar de jacht te voet, waarvoor de kortbenige Brakken werden gebruikt en de latere jacht te paard, waarvoor de hoogbenige rassen zijn gefokt.
In het oorspronkelijk gebruik van de jacht met Brakken werden de honden in een meute gehouden, die geleid werd door de jachthoornblazer. De jachthoorn neemt hierbij de plaats in van de meuteleider, door te communiceren op de wijze waarop ook de honden communiceren, namelijk met een surrogaat-blaf, het geluid van de jachthoorn. De meutehonden werden het terrein ingestuurd om het wild in de richting van de jagers te brengen. De honden doen dit wederom door te blaffen, waarbij voor de jager tevens herkenbaar is waar de honden zich bevinden en waar het wild zichtbaar wordt in het terrein. In vroegere tijden, voordat de mens in het bezit was van een geweer en het wild nog met een mes werd geveld, was dit een nauwkeurige bezigheid. Het wild moest immers precies op die plek uit de beschutting komen waar de jager stond.

Een speciaal onderdeel van deze rasgroep vormen de Zweethonden. Een wederom vreemde benaming die niet op de honden zelf slaat, maar te maken heeft met hun functie. In jagersjargon wordt het bloed dat een aangeschoten stuk wild verliest, zweet genoemd. Zweethonden zijn in staat om een dergelijk spoor vele uren, zelfs dagen, later te herkennen en te volgen, ook als andere sporen het pad hebben gekruist. In Nederland kennen we slechts een enkele Bayerische Gebirgsschweißhund, die speciaal voor dit doel wordt gefokt.

Binnen de Europese Brakken zijn drie hoofdgroepen te onderscheiden: de Oosteuropese of Russische Brakken, de Zuideuropese Brakken en de Westeuropese Brakken. Deze drie hoofdgroepen hebben ieder hun eigen geschiedenis die tot de specialiteit van deze soorten hebben geleid. De Oosteuropese Brakken hebben korte, spitse oren en jagen met hun neus hoog in de wind. De Zuideuropese Brakken hebben staande, spitse oren en jagen met hun neus laag en tenslotte de Westeuropese Brakken. Zij hebben ronde, lange, slaphangende oren die veelal gedraaid zijn, zij jagen laag bij de grond en brengen een tweetonig geluid voort. Daarnaast worden zij gekenmerkt door een gestrekte schedel met weinig stop en een uitgesproken achterhoofdsknobbel.
De Oosteuropese Brakken zijn ons weinig bekend. In Nederland zien we hooguit een enkel maal een Småland Stövare. De Zuideuropese Brakken zien we meer, hoewel zij kwantitatief niet sterk vertegenwoordigd zijn, maar een Podenco Ibicenco wordt nog wel eens op een tentoonstelling geëxposeerd. Opmerkelijk is dat deze rassen in hoofdzaak zijn ondergebracht in de rasgroep Keeshonden en Oertypen. De Westeuropese Brakken, de zogenaamde Keltenbrakken, zijn de sterkst vertegenwoordigde groep. We kennen vele Bassets en Griffons die op elke tentoonstelling acte de presence geven. De rassen, die niet passen in het profiel van de drie hoofdgroepen vormen een soort restgroep. Deze groepering bevat onder andere de Hamilton Stövare, een Zweedse Brak.

Lopende Honden zijn dus honden die zich bij voorkeur in een meute ophouden. Een Brak zal met zijn behoefte aan gezelschap vaak problemen opleveren indien hij alleen gelaten wordt, hetgeen wordt geuit door een aangehoudend gehuil en geblaf. Rassen die zich in huis zeer sociaal zullen gedragen en de baas gehoorzamen, maar buiten… kiest hij het weide veld indien een wildspoor wordt geroken en kan dan uren wegblijven. De baas achterlatend.

Ook Nederland kent zijn eigen 'brak', het Oudhollandse Steenbrakje. Dit ras heeft tot op heden, wegens uiteenlopende redenen, geen erkenning van de Raad van Beheer mogen verkrijgen.

 

 

 
 

 
Free counter and web stats  
disclaimer | Privacy Policy | ©2006-2010 DeRashond.nl (Deze website is het beste te bekijken met een beeldschermresolutie van 1024 x 768)