Javascript DHTML Drop Down Menu Powered by dhtml-menu-builder.com  

 

terug

 

Rasgroep Terriers

De Rasgroep Terriers wordt gekenmerkt door een diversiteit van rassen die allen voor hetzelfde doel gefokt zijn, namelijk de jacht op schadelijk wild en ongedierte. Rassen die zich niet alleen in hoogte, maar ook in uiterlijk en vacht onderscheiden.
Binnen de Terrierrassen wordt een onderscheid gemaakt tussen hoogbenige en kortbenige rassen.
De hoogbenige Terriers zijn: de Airedale Terrier, American Staffordshire Terrier, Bedlington Terrier, Border Terrier, Bull Terrier, Duitse Jachttterrier, Engelse Toy Terrier, Foxterrier, Ierse Terrier, Irish Softcoated Wheaten Terrier, Kerry Blue Terrier, Lakeland Terrier, Manchester Terrier, Miniatuur Bull Terrier, Parson Russell Terrier, Staffordshire Bull Terrier, Welsh Terrier en Yorkshire Terrier.
De kortbenige Terriers zijn: de Australische Terrier, Cairn Terrier, Cesky Terrier, Dandie Dinmont Terrier, Irish Glen of Imaal Terrier, Norfolk Terrier, Norwich Terrier, Schotse Terrier, Sealyham Terrier, Silky Terrier, Skye Terrier en de West Highland White Terrier.
Tenslotte kennen we nog twee rassen die het woord Terrier in hun benaming hebben, maar niet tot deze rasgroep behoren: de Tibetaanse Terrier en de Zwarte Russische Terrier. De Tibetaanse Terrier is ondergebracht in de rasgroep Gezelschapshonden, de Zwarte Russische Terrier in de rasgroep Pinschers & Schnauzers, Molossers en Zwitserse Sennenhonden.

De Terriers hebben praktisch allen als oorsprongsland Groot-Brittannië en Ierland. Ook die rassen die andere landen als oorsprongsland hebben, zijn in hun afstamming terug te voeren op rassen die in Engeland gefokt zijn met als belangrijkste voorvader de Old English Brokenhaired Black and Tan Terrier; een ras dat heden ten dage niet meer voorkomt.
Dat de Terriers een lange voorgeschiedenis kennen, blijkt uit de verhalen van de Noormannen die in de negende en tiende eeuw op de Engelse kusten belanden en melding maakten van kleine vlugge honden die het kleine schadelijke wild verdelgen.

"Terra" is het woord waar de Terriers een nauwe relatie mee hebben. Het latijnse woord voor aarde is op hun van uitzonderlijke toepassing. Terriers of de zogenaamde aardhonden, worden gefokt voor de jacht onder en boven de grond. Onder de grond moesten de kortbenige rassen door de gangen en holen de vos en de das bejagen; vastklemmen en door blaffen, met de prooi in de bek, de jager waarschuwen waar hij zich bevond, zodat deze de hond met prooi letterlijk kon uitgraven. Boven de grond moesten zowel hoog- als kortbenige honden het kleine schadelijke wild als ratten, muizen, otters en bunzings verdelgen. Door hun karakter en temperament waren ze in staat om het veld en het erf uitstekend schoon te houden. De Terrier werd door zijn baas in ere gehouden, omdat hij de beschermer was van de akkers en het gewas en dus op zijn manier bijdroeg aan een goede oogst. Tenslotte werden de Terriers voor de jacht op hazen en konijnen gebruikt.
Ten behoeve van hun functionaliteit hadden de honden scherpe, lange, kromme nagels, die goed aaneensloten en derhalve een goed werkend graafwerktuig waren. De hond moest een goed ontwikkeld spierstelsel hebben met sterke beenderen om een sterke voorhand te vormen die het zware graafwerk aankon. Dit uit zich eveneens in de positie van de ellebogen en de wijze waarop de snuit is gevormd. De rassen kennen een sterk ontwikkeld gebit en borstelige wenkbrauwen als bescherming voor de ogen.
De jacht met Terriers werd in groepen georganiseerd, zodat ook de ontvluchtingsroute van een vossen- of dassengang in de gaten werd gehouden.

De verschillende rassen in deze rasgroep hebben uiteenlopende vachten die een eigen vachtverzorging vereisen. Zo zijn er trimrassen als de Airedale Terrier, de Ierse Terrier, de Lakeland Terrier en de West Highland White Terrier, die geplukt moeten worden in de groeirichting van de haren en daarna volledig getrimd. Rassen als de Border Terrier en de Cairn Terrier worden ook getrimd, maar van veel eenvoudigere aard.
Tenslotte hebben we rassen die in toilet geknipt worden zoals de Bedlington Terrier en de Kerry Blue Terrier. Deze rassen dienen volledig met de schaar geknipt te worden, maar verharen dan ook niet. Wel moet men zich realiseren dat zo'n knipbeurt elke twee maanden dient plaats te vinden. Overigens kennen beide laatstgenoemde rassen nog een bijzonderheid. Beide rassen geven pups die van een andere, donkerdere, kleur zijn en waarbij de 'echte' kleur van de vacht pas op een leeftijd van 18 maanden zichtbaar is.

Terriers hebben een karakter dat gekenmerkt wordt door moed, temperament en uithoudingsvermogen, hetgeen met name in het eerste jaar van de hond 'strijd' kan geven tussen baas en hond. Belangrijk hierbij is het consequent blijven. De Terrier wordt in zijn eerste levensjaar gevormd voor de rest van zijn leven in het gezin.

 

 

 

 
 

 
Free counter and web stats  
disclaimer | Privacy Policy | ©2006-2010 DeRashond.nl (Deze website is het beste te bekijken met een beeldschermresolutie van 1024 x 768)